Vergelijking tussen het inkomen van een loontrekkende en dat van een zelfstandige/freelancer

juli 2019

 

In België heeft elke werknemer het sociaal statuut van loontrekkende of van zelfstandige.

Er bestaan goede redenen om voor het ene of het andere statuut te kiezen (zie « Waarom als freelancer aan de slag ? »). Soms heeft de werknemer eenvoudigweg geen keus. Het statuut wordt opgelegd door de werkgever/opdrachtgever of door het beroep dat hij wil uitoefenen.

1. Wat je zeker niet mag vergeten is dat een zelfstandige enkel wordt betaald op basis van zijn werk en, als hij per dag wordt betaald, enkel voor de dagen waarop hij effectief werkt. Een loontrekkende daarentegen

  • ontvangt jaarlijks 12 tot 14 keer zijn maandloon (afhankelijk van de sector en rekening houdend met de vakantievergoeding, de 13de maand en het dubbel vakantiegeld),

  • wordt normaal gezien betaald gedurende de eerste 30 dagen ziekte, ongeacht of de arbeidsongeschiktheid al dan niet van korte duur is,

  • wordt betaald gedurende bepaalde afwezigheden (feestdagen, omstandigheidsverlof, enz.).

Een zelfstandige wordt normaal gezien niet betaald tijdens zijn verlof, feestdagen, de hele periode van ziekte of arbeidsongeschiktheid of wanneer hij afwezig is.

Een zelfstandige is in sommige situaties gedekt door de sociale zekerheid, met name in geval van ziekte (bij arbeidsongeschiktheid van minstens 1 week). Hoewel zelfstandigen nu al beter gedekt zijn door de sociale zekerheid in vergelijking met vroeger, blijft er toch een verschil met de loontrekkende (omdat de socialezekerheidsuitkeringen berekend worden op basis van het aangegeven loon verminderd met de kosten of omdat de uitkeringen van kortere duur zijn, bv. bij het moederschapsverlof).

 2. De btw. Vergeet niet dat wanneer je als zelfstandige producten EN diensten verkoopt je btw-plichtig bent. Met uitzondering van bepaalde (met name medische en paramedische) activiteiten of behalve wanneer je opteert voor de btw-vrijstellingsregeling (enkel als je jaarlijkse omzet/gefactureerde totaal minder dan 25.000 € bedraagt) moet je 21% op alles wat je factureert doorstorten aan de btw.

3. De beroepskosten. Over het algemeen moet een zelfstandige zijn werkinstrumenten en/of werkmateriaal zelf aanschaffen. Deze aankoop kan een serieuze kost betekenen (wagen of andere mobiliteitsoplossing, computermateriaal, gespecialiseerde werkinstrumenten, werkkledij, vervoer van goederen of diensten, enz.). Deze kosten hangen natuurlijk sterk af van de aard van de activiteit en de omstandigheden waarin ze wordt uitgeoefend. Sommige zelfstandigen werken voor een opdrachtgever die vraagt om zijn materiaal te gebruiken in zijn werkomgeving. Dit drukt de kosten. Bij andere is dit niet het geval. Het is dus belangrijk om je vooraf goed in te lichten.

Andere kosten die soms over het hoofd worden gezien en die quasi onvermijdelijk zijn, zijn de kosten van de verzekeringen. In tegenstelling tot de loontrekkende die gedekt is door de verzekeringen van de werkgever voor arbeidsongevallen en beroepsaansprakelijkheid, is een zelfstandige niet gedekt en moet hij zich dus zelf verzekeren!

  • Hij moet absoluut een verzekering beroepsaansprakelijkheid afsluiten. Ze dekt de aansprakelijkheid als er schade wordt aangericht bij een klant, een andere werknemer of een derde. De kostprijs van deze verzekering hangt af van de aard van de activiteit.

  • Daarnaast moet hij een verzekering afsluiten die de gevolgen dekt van ongevallen (met name ongevallen tijdens het werk) : medische kosten bovenop wat gedekt wordt door het ziekenfonds en inkomensgarantie ter aanvulling van de uitkeringen van het ziekenfonds. Ook hier hangt de kostprijs af van de aard van de activiteit en van de garanties waarvoor je kiest. Zo’n verzekering is niet verplicht, maar is aan te raden (afhankelijk van de risico’s van het gekozen beroep).

4. De sociale bijdragen als zelfstandige. Een werknemer onder het zelfstandigenstatuut moet zich aansluiten bij een socialeverzekeringskas voor zelfstandigen en sociale bijdragen betalen op basis van zijn inkomen. In tegenstelling tot de loontrekkende waar deze bijdragen weinig zichtbaar zijn omdat de werkgever ze betaalt en rechtstreeks afhoudt van zijn brutoloon moet de zelfstandige de bijdragen zelf betalen.

De basisregel luidt dat sociale bijdragen voor de zelfstandige 20,5% van zijn inkomen bedragen. Het betreft het gefactureerde inkomen na aftrek van de btw en alle beroepskosten. Er geldt echter een minimumbijdrage : de zelfstandige moet minimum ongeveer 730 € per kwartaal betalen. Het percentage van de sociale bijdrage daalt naarmate het inkomen stijgt (14,16% op de inkomensschijf hoger dan ongeveer 60.000 € en 0% op de inkomensschijf hoger dan ongeveer 88.000 €). In sommige situaties gelden lagere bijdragen en vrijstellingen (met name voor starters en in geval van onderbreking van de activiteit).

Deze post is vaak problematisch voor de zelfstandige omdat er verondersteld wordt dat hij spontaan voorschotten en vele jaren nadien eventuele herzieningen betaalt indien de voorschotten onvoldoende waren.

 5. De inkomstenbelasting. Ook dit is een moeilijke post voor de zelfstandige. In tegenstelling tot de loontrekkende bij wie automatisch een bedrijfsvoorheffing wordt afgetrokken van het brutoloon (die achteraf wordt geregulariseerd, maar waar het risico op onaangename verrassingen klein is), moet de zelfstandige de bedrijfsvoorheffing spontaan betalen en een schatting maken van zijn definitieve inkomen om voldoende vooraf te betalen (om te vermijden dat hij achteraf geconfronteerd wordt met serieuze herzieningen of zelfs boetes).

 

Om deze punten toe te lichten aan de hand van een duidelijk voorbeeld bevat het document « Voorbeeld van vergelijking tussen het inkomen van een loontrekkende en een zelfstandige » een vergelijking van het inkomen.

Ook andere verschillen kunnen natuurlijk een impact hebben op het inkomen naast de arbeidsvoorwaarden en de levenskwaliteit van de werknemer:

  • De wet legt een zelfstandige geen grenzen op in het aantal werkuren of -dagen. Een zelfstandige kan dag en nacht werken, ook tijdens het weekend en op feestdagen. Als het druk is, kan hij zijn inkomen verhogen door meer te werken. Er moeten wel voldoende bestellingen zijn en hij moet bereid zijn vrije tijd en zijn gezinsleven hiervoor op te offeren!

  • Een belangrijk verschil tussen een loontrekkende en een zelfstandige is de garantie op werk. Een loontrekkende heeft geen absolute werkzekerheid. Hij kan op elk moment worden ontslagen, maar geniet dan wel een opzegtermijn of een verbrekingsvergoeding om  de periode tussen het ontslag en een nieuwe job te overbruggen en het inkomensverlies te beperken. Een zelfstandige daarentegen kan van de ene dag op de andere zonder werk komen te zitten zonder enige vorm van compensatie (tenzij hij met zijn opdrachtgever een vergoeding in geval van contractbreuk heeft afgesproken).

    Een loontrekkende wordt aangeworven voor een bepaald werkvolume (voltijds of deeltijds op basis van een bepaald aantal uur per week). Tijdens de duur van de overeenkomst is hij zeker dat hij wordt betaald voor dit werkvolume.

    De zelfstandige daarentegen wordt betaald op basis van het werk dat moet worden verricht. Als het werkvolume schommelt, wordt de zelfstandige betaald voor de dagen waarop er werk is en wordt hij niet betaald als er geen werk is.

  • Er wordt weleens gezegd dat de zelfstandige meer kan verdienen als hij meer risico’s neemt, door bv. geen verzekering te nemen die hem dezelfde bescherming biedt als een loontrekkende.

    Ten eerste klopt die niet voor alle vormen van sociale bescherming. De verzekering beroepsaansprakelijkheid dient niet om de werknemer, maar om de klanten of derden te beschermen. Een zelfstandige heeft niet echt de keuze om al dan niet een verzekering « beroepsrisico’s » af te sluiten.

    De verzekering « gewaarborgd inkomen » (bv. in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid) is niet verplicht voor de zelfstandige. Zijn inkomen en dus de garantie op zijn inkomen, is echter niet alleen belangrijk voor zichzelf, maar ook voor de verwanten die van zijn inkomen afhankelijk zijn (kinderen, behoeftige ouders, enz..)

  • De zelfstandige heeft meer mogelijkheden dan de loontrekkende om kosten af te trekken van de belastingen (en van de socialezekerheidsbijdragen!) als beroepskosten. Kosten zijn er echter altijd en het inkomen moet voldoende hoog zijn om de kosten te betalen !

Conclusie :

Voor je kiest voor het zelfstandigenstatuut is het belangrijk na te denken over deze punten en inkomenssimulaties te maken. Dit is ook zeer belangrijk als je met de opdrachtgever (klant of werkgever) onderhandelt over de prijs van je prestaties.

ACV-United Freelancers kan je hierbij helpen.

Vaak ben je niet de enige zelfstandige/freelancer die werkt voor deze opdrachtgever. Elke zelfstandige/freelancer onderhandelt gewoonlijk individueel over zijn overeenkomst, zijn loon en de arbeidsvoorwaarden. Vaak legt de werkgever dus eenzijdig arbeidsvoorwaarden op, want het is « te nemen of te laten ».

ACV-United Freelancers organiseert de zelfstandigen, licht ze in en bundelt gelijkaardige situaties. Op die manier wil het de vaak scheefgetrokken verhouding tussen zelfstandige en opdrachtgever rechttrekken.